Banken zijn vaak terughoudend in de financiering van innovatieve projecten. Het aflossen van het krediet hangt namelijk grotendeels af van het slagen van het project. De toekenning van een Innovatiekrediet kan de bank echter over de streep trekken om ook een deel van het project te financieren. Immers: een deel van uw financieringsbehoefte is al afgedekt. Bovendien versterkt de inhoudelijke beoordeling door de overheid het vertrouwen in uw plannen.
Wat is de hoogte van het krediet?
Met het Innovatiekrediet kunnen zowel kleine als grote projecten financiële ondersteuning krijgen. De minimale projectomvang bedraagt € 300.000. Het maximale krediet bedraagt 5 miljoen euro. Het Innovatiekrediet bedraagt maximaal 35% van de totale projectkosten. De overige 65% dient u dus op een andere manier te financieren. U komt alleen voor het Innovatiekrediet in aanmerking als u uw project niet uit eigen middelen kunt financieren.
Wie kunnen gebruik maken van het Innovatiekrediet?
Startende ondernemingen of MKB-bedrijven die een nieuw product, proces of dienst ontwikkelen kunnen een beroep doen op het Innovatiekrediet om een deel van de ontwikkelingskosten te financieren. In 2010 is hier 48 miljoen euro voor beschikbaar, waarvan 16 miljoen specifiek voor zogenaamde klinische ontwikkelingsprojecten. Dit zijn projecten waarin medicijnen, medische apparaten of diagnostiek wordt ontwikkeld, die klinisch getest moeten worden. De resterende 32 miljoen euro is beschikbaar voor alle overige technische ontwikkelingsprojecten. Begin februari werd bekend dat ook grotere bedrijven (met meer dan 250 werknemers) tijdelijk gebruik kunnen maken van het Innovatiekrediet. Zij kunnen tot en met 1 juli 2010 een aanvraag indienen voor een Innovatiekrediet bij Agentschap NL. Het budget wordt op volgorde van binnenkomst verdeeld.
De voorwaarden
Waneer is iets een duurzaam project?
Een duurzaam technisch ontwikkelingsproject is gericht op producten, processen of diensten, die een lagere belasting vormen voor het milieu. Het kan gaan om bijvoorbeeld: het gebruik van minder grondstoffen, het gebruik van hernieuwbare grondstoffen, het beperken van het energieverbruik of het benutten van duurzame energiebronnen.