Een accreditief is een instrument van de bank om het risico van een juiste levering en het betalingsrisico te dekken. Het wordt meestal gebruikt bij het internationaal zakendoen.
Het is een verbintenis tot betaling tussen de bank van de koper en de leverancier. De verkoper levert niet voordat de verbintenis (met de verplichting tot betaling) van de bank van de koper is ontvangen en de koper betaalt niet voordat alle documenten juist aan hem zijn overgedragen.
Bestedingsdoel
Doel waaraan je geld wilt besteden.
Bestaande zekerheden
Bij het sluiten van kredietovereenkomsten worden door banken zekerheden gevraagd. Dat zijn rechten waardoor de bank extra beschermd is wanneer onverhoopt een normale kredietaflossing niet langer kan plaatsvinden en de bank over zal moeten gaan tot het opzeggen van de kredieten.
Rente die betaald moet worden voor een, van een financiële instelling geleend, geldbedrag.
Debiteur / kredietnemer
Schuldenaar, ofwel een persoon of onderneming met een schuld aan een andere persoon of onderneming.
Jaarcijfers
Dit zijn de balans en verlies- en winstrekening van een onderneming
Kredietfaciliteit
Mogelijkheid voor een klant om rood te staan bij een bank
Liquiditeit
De mate waarin een onderneming in staat is om op korte termijn (< enkele maanden) aan haar betalings- en aflossingsverplichtingen te voldoen.
Looptijd
De periode van een lening tussen het moment van afsluiten van de lening en het moment van laatste aflossing
Regresvorderingen
Vordering op verhaalbaarheid van schade
Rekening-courant krediet
Een rekening-courant krediet wordt ook wel krediet op de betaalrekening genoemd, dit betekent dat je tot een bepaald bedrag rood kunt staan. De bank stelt de kredietlimiet vantevoren vast, op basis van je inkomen. Vaak is de rente bij roodstand een stuk hoger dan bij een doorlopend krediet of persoonlijke lening.
Solvabiliteit
De solvabiliteit is de mate waarin er tegenover schulden een dekking van bezittingen staat. Dit bereken je door het eigen vermogen te delen door het vreemd vermogen. De gewenste solvabiliteitswaarde ligt tussen 0,20 en 0,50. Als er geen geld geleend is van de bank en de hele onderneming zelf gefinancierd is, dan is de solvabiliteit 100 procent. Hoe hoger de solvabiliteit, des te minder afhankelijk je bent van externe vermogensverschaffers zoals een bank. Hoe meer vreemd vermogen in een bedrijf aanwezig is, des te lager de solvabiliteit is.
Statutaire naam
Bedrijfsnaam zoals opgenomen in de oprichtingsakte.
Vergunningen
Bewijs van toestemming voor een bepaalde activiteit
Verpanding / pandrecht
Pandrecht is het recht om roerend goed van een ander zijn vordering te verhalen, met voorrang boven eventuele andere schuldeisers.
Volmacht
Een meestal schriftelijke verklaring van iemand, dat hij een ander de bevoegdheid geeft bepaalde (rechts)handelingen voor hem uit te voeren.
Vorderingen krachtens subrogatie
Bij subrogatie komt een nieuwe schuldeiser in de plaats van de oorspronkelijke schuldeiser. De nieuwe schuldeiser neemt alle rechten en vorderingen met betrekking tot een bepaalde schuld over van de oorspronkelijke schuldeiser. Een andere uitdrukking voor subrogatie is 'indeplaatsstelling'.
Zorgplicht
In de relatie tussen een bank en haar klanten is veelal sprake van een verschil in kennis van zaken. De gemiddelde klant zal minder afweten van bepaalde producten van een bank dan die bank zelf. Op de bank rust een zorgplicht bij het aangaan van een relatie met een klant en bij de dienstverlening daarna. De klant heeft een eigen verantwoordelijkheid bij het gebruik van die diensten.